Soms heb je van die momenten, dat het lijkt alsof je vliegt. Alsof je opstijgt en er een kleine wervelstorm van elfjes om je heen vliegen. Dat de zon op je gezicht schijnt, je de wind in je haren voelt, en de hele wereld je toelacht. Dat er een pretpark vol met pleziermakende kinderen van je tenen tot in je kruin huist, met op de achtergrond schatergelach van een kleuter. Dat is wat ik noem Goddelijkheid. En Goddelijkheid kom ik vaak tegen de laatste tijd. Op de boot, in het park, als ik met vrienden ben, quand je parles français, bij een festival, in een caféetje, of gewoon op straat.
Maar het is niet altijd Goddelijkheid. Wie hoog vliegt, valt ook diep. Dat geldt ook voor gemoedstoestanden. Af en toe slaat de vermoeidheid toe. Nestelt zich een bacterie in mijn neusholtes of wil ik gewoon even niet onder de mensen zijn. Raar eigenlijk. Hoe meer Goddelijkheid ik ervaar, hoe langer ik onder de dekens wil blijven liggen. Deze week was er weer eens zo een. Maar ik treur niet. Zo leer ik de volgende Goddelijkheid des te meer te waarderen. Kom maar op Goddelijkheid. Ik ben er weer klaar voor..